De creapy animatie Wolfwalkers sluipt op je in

Back to Blog

De creapy animatie Wolfwalkers sluipt op je in

Toen ik vorige week op de website van FilmTotaal te lezen kreeg dat Wolfwalkers ‘een meesterwerk’ zou zijn, rende ik naar Louis Hartlooper in Utrecht. Een verhaal over mens, dier, natuur en compassie kwam op het scherm terecht. Dus hier volgt een recensie van een bioscoopfilm in een tijd van gesloten bioscopen. Maar ach, dan weet je tenminste of je Wolfwalkers moet aanzetten als-ie over een jaar op de streamingdiensten verschijnt.

Geen Disney Pixar of Dreamworks. Het verantwoorde Wolfwalkers is gemaakt door animatiestudio Cartoon Saloon van Tomm Moore en Ross Stewart. Uit dezelfde koker kwamen tevens Song of the Sea en The Breadwinner. De films flirten met de Acadamy Awards, maar zijn geen allemansvrienden.

 Weerwolfje

Wolven zijn nog altijd populair in de folklore van Ierland. Ironisch genoeg hebben de Ieren dan weer wel alle werkelijke wolven op het eiland uitgeroeid. De hypocrisie van mensen naar de dierenwereld is oneindig.

 De wolven omsingelen Kilkenny (oh my God, they killed…!). Een conservatief stadje achter hoge muren. De beesten zijn bloeddorstig en moeten daarom zo snel mogelijk worden afgemaakt, zo predikt de Lord Protector. Geheel volgens Avatar-traditie, is er sprake van wederzijds onbegrip. ‘Treed eens in het voetspoor van een vreemde en dan leer je in een oogwenk zo veel bij’, zong Pocahontas ooit.

 De rebelse dochter. Daar is ze weer.

Een argeloze houding ten opzichte van de natuur en alles wat vreemd is – het zijn clichés, maar ze werken goed in deze tijdsgeest… Een cliché is oké. Met een cliché moraal is ook niet per sé iets mis.

Met een cliché hoofdpersoon wel. Robyn is zoals haar naam doet vermoeden een vrijgevochten kruisboogmeisje dat het bewind van haar vader – de belangrijkste jager van het dorp – veilig achter hoge muren wordt gehouden, maar het bewind liever aan het kneuterige laarsjes lapt. En ja hoor, dan is er ook nog de volgzame dierlijke sidekick, ofwel Merlin de valk. Wat zou het leuk zijn als het principe eens wordt omgedraaid. Een hoofdpersonage wiens ouders haar aanmoedigen om op ontdekkingstocht te gaan, haar dromen na te jagen en talenten te benutten, maar die helemaal geen moer wil uitvoeren en een hekel heeft aan dieren?

Gaat Sean Bean weer dood?

Als je hoort dat Sean Bean de vaderrol van Robyn inspreekt, weet je meteen om wat voor man het gaat. De nobele neanderthaler met wie het nooit goed afloopt. Eddard Stark uit Game of Thrones, Odysseus uit Troy, Sam uit Lord of the Rings… Ik bedoel maar. In Wolfwalkers zal de dappere papa aan het einde wel sterven, dacht ik meteen. Maar of dat zo is, laat ik in het midden.

Angstaanjagend

De Volkskrant schreef: ‘Behoorlijk angstaanjagend zijn ze, de wolven in animatiefilm Wolfwalkers. Hun ogen lichten op in het donker en hun tanden blikkeren. Als ze door het bos denderen, vormen ze een zwarte, niet te stoppen massa.’

En inderdaad. Wolfwalkers is lekker grimmig. Niet alleen door de mysterieuze scènes in de bossen, de duistere toon is bovendien voelbaar op dieper niveau. Bijvoorbeeld door de oudere vrouwtjes met wie Robyn samenwerkt in de gure wasserij en die door de jaren heen zijn getransformeerd in een soort stoïcijnse robots met een sopje.

Piepende wolven

Behalve duister, is de film vooral mistroostig. De wolven janken wel erg vaak op een droevige pieptoon, en Robyn wordt wel erg vaak door haar vader teruggefloten. Je gaat haar bijna irritant vinden in plaats van dapper, en dat lijkt me toch niet de bedoeling. Het doet me eerlijk gezegd verlangen naar Disney – waar de sombere momenten iconisch en heftig zijn, maar nooit lang duren. Vijf cinematografische minuten na Mufasa’s dood, staat Simba immers alweer ‘Hakuna Matata’ te zingen in het tropische paradijs. Bij Wolfwalkers duurt dat lege gevoel van verdriet bijna de hele film. Daar moet je zin in hebben.

De kooi

Maar er worden absoluut meesterlijke zetten gemaakt met Wolfwalkers. De tekenfilmstijl is eigenzinnig. De stijl werkt vertederend, maar ook vertellend. Het ene ogenblik zit je in het dorp Kilkenny, met zwart-wit geklede mensen en strakke vormen. In het bos begint een compleet andere belevenis, waar de dynamiek en energie vanaf spat. De figuren van de rennende wolven worden verweven met de vormen van de bomen. De scènes waarin de beesten het op een rennen zetten, slepen je mee in een compleet andere wereld. Dat is prettig escapisme. Moore en Stewart benutten het medium dus uitstekend om een verhaal te vertellen. Het prachtige muzikale intermezzo van Running with the Wolves is een fijn moment om bij weg te dromen. En de vriendschap tussen Robyn en het wilde wolvenmeisje is fraai uitgewerkt. De twee personages zijn aan elkaar gewaagd.

In De Volkskrant vertellen Tomm Moore en Ross Stewart: ‘Robyn voelt zich gevangen in de stad, dus daar zie je strakke, geometrische patronen, veel horizontale en verticale lijnen, alles wat het gevoel van een kooi oproept. We lieten ons inspireren door middeleeuwse houtgravuren, die een soort agressieve energie hebben en dikke zwarte lijnen. (…) ‘De scènes in de natuur moesten daar lijnrecht tegenover staan. Alles daar moest vrij zijn en losjes en energiek. Levendig.’

Animatie is soms nog toereikender dan live action, dat bewijzen Tomm Moore en Ross Stewart, als het gaat om een verhaal vertellen. Wat mij betreft is Wolfwalkers dan ook een verfijnde animatiefilm voor donkere dagen met een mooie gelaagdheid. Een kunstwerk, dat zeker. Niet per sé hartverwarmend, en niet per sé het verhaal van de eeuw. Maar de liefde voor het vak, die voel je je…

Back to Blog