Gooi die barkruk uit het restaurant!

Het is een hartstochtelijke Shakespeariaanse romance van dit moment, de Barkruk en het Restaurant. Ze klampen zich aan elkaar vast, maar hebben in feite niets met elkaar te maken. 

Want barkrukken horen thuis in, jawel, de bar! Dat was al zo in de tijd dat cowboys de saloon-deurtjes opentrapten. De jongens moesten het drankdomein precies lang genoeg bezet houden om volledig geëxploiteerd te worden, maar ook weer niet te lang, alstublieft. 

Dus in de Jordaan? Ja, gezellig! Maar zet het cafémeubel alstublieft niet in een restaurant. Want het wordt wel héél moeilijk om te doen alsof je een dame bent als je met 1.62 meter een barkruk van 1.82 moet beklimmen. In het begin zit je nog fier rechtop als een flamingo, maar bij de derde gang krimp je ineen als de gebochelde van de Notre Dame. No offense, Quasimodo… 

Toch komt het barkruk-restaurant eigenlijk voort uit een mooie ontwikkeling: de gastro-bar. Sinds culinaire hoogvliegers à la Ron Blaauw van dineren iets spannenders maken dan “zitten en biefstuk bestellen”, gebeurt dat ook met de setting. De bistro wordt letterlijk één grote bruisende open keuken met een speelse indeling, een grote bar als middelpunt en bijbehorende creatieve smaken van over de hele wereld. We bestellen niet langer complete schotels, vaak zijn het sharing bites. Minder volume. Meer ervaring. In feite is het moderne restaurant dan ook een soort hybride vorm van chic en gezellig, van oost en west, en van borrelen en happen. Een topontwikkeling. 

De barkruk past perfect binnen die gastro-bar-trend, want deze stoel geeft een informeel uitgaanstintje aan elke ruimte. Daarnaast heeft deze makker ook een dubbele agenda. Want dit meubelstuk stimuleert het langslopende publiek om ‘gewoon even binnen te lopen voor een drankje’, maar vervolgens na anderhalve cava ‘toch maar die borrelplank’ te bestellen. Herkenbaar? 

Jammer genoeg wordt uit eten gaan daardoor ook vluchtiger. Een ongewenst bijeffect. Barkrukken suggereren niet alleen dat restaurants hun gasten zo snel mogelijk weer op straat willen zetten, ook dat mensen niet zo lang de tijd voor elkaar meer willen nemen. “Wel een hapje eten, maar ook weer niet uitgebreid gaan zitten, ofzo. Stel je voor. Zitten is het nieuwe roken.”

De bijkomende hiërarchie is ook interessant. Want als ik te laat in het Utrechtse Aandacht Voor Eten arriveer, weet ik dat mijn eigen Aandacht Voor Eten weer tot het nulpunt daalt zodra mijn gezelschap en ik tot het strafhoekje van de hoge tafels worden verwezen. Het is een degradatie in de verkeerde fysieke richting. 

Waar zit dan de kruk? Eh, de crux? Bij de rugleuning. Als er barkrukken moeten staan, mogen ze dan alsjeblieft van een rugleuning worden voorzien? Die burrata met frambozenvinaigrette hoeft niet afgetobd te worden met een hernia.

Ik ben blijkbaar niet de enige. Geheel toevallig belde ik deze week naar één van mijn favoriete Utrechtse restaurantjes, Florent. Of ze mij en mijn goede vriendin a.u.b. “niet aan die enge hoge krukken wilde zetten in het midden van de ruimte, want ik heb hoogtevrees.”

Het antwoord: “Nou mevrouw, dan heb ik goed nieuws voor u, want die stoelen zijn weg, wegens klachten. Blijkbaar vinden veel mensen het toch niet zo prettig, een hele avond tafelen zonder leuning.” 

Goh.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *