The Shallows en andere haaienfilms

Gisteravond zag ik dat speelfilm The Shallows met Blake Lively op Netflix stond, en waagde ik een plonsje. Of nou ja, het was eerder pootjebaden. Want een film zoals deze zet ik altijd een beetje voorzichtig op de achtergrond aan, om frustraties te voorkomen. Laptop open, Zalando erbij, prima.

Ik betrapte mezelf erop dat ik af en toe naar een kussen greep. Niet om naar de T.V. te gooien, zoals ik vorige week deed bij het Marvel-debacle Black Panther, maar om mezelf achter te verstoppen. The Shallows is namelijk ouderwets spannend en daardoor prima pretentieloos vermaak.

Hoe dan? Doordat de momenten dat ‘De Haai’ toehapt niet zijn uitgevoerd op de B-film manier met veel bloed en tanden, maar met subtiel camerawerk. Laat maar eens voorzichtig iemand achter een golf verdwijnen, zonder al teveel expliciete toelichting. Maar wel met precies de juiste muziek. Eigenlijk geeft regisseur Jaume Collet-Serra een respectvol knikje naar mastermind Steven Spielberg zonder te denken dat hij ooit in de buurt zal komen. Pakweg de eerste drie kwartier van Jaws waren visueel namelijk haai-vrij, wat de suspense ten goede kwam. En zeg wat je wilt, Collet-Serra slaagt er wel in om die fijne Jaws-methode te hanteren waarbij de suggestie van een bloeddorstig dier veel enger is dan het dier zelf (het beestje is in totaal maar 4 minuten in beeld).

Als je houdt van visuele films, is The Shallows goed verteerbaar. Jaume Collet-Serra’s ervaring in de snelle reclamewereld levert fraaie slow-motions op van een paradijselijk strand met surfende twintigers en geweldige onder water-beelden. Ook props voor het spectaculaire shot waarbij een surfer door de ‘pipe’ van een golf gaat en je door het water heen een reusachtige haai onder de oppervlakte ziet zwemmen. De onrealistische verhaallijn van Blake Lively als een soort Superwoman die dagenlang kan leven zonder water en voedsel, moet je maar voor lief nemen. Dat zal ze in het dagelijkse leven namelijk ook gewoon zo doen.

Ik begon te denken over haaienfilms. Spielberg zal er toch veertig jaar na dato nog steeds keihard om moeten lachen dat zijn werk op amateurniveau wordt nageaapt? Dat moet zijn alsof je Sergio Herman bent die bij een frikadel-student thuis komt kijken hoe hij coquilles met citroenmelisse probeert te fabriceren. Lachwekkend. Want The Shallows mag dan prima zijn, maar de poel met haaienfilms uit het B-genre in Hollywood is verrassend groot. Alleen al de titels zijn hilarisch: Mega Shark Versus Giant Octupus, Dinoshark, Shark in Venice (echt?), Tree Headed Shark… Dan zijn er ook nog haaienfilms met titels die het mysterieuze gevoel van de oceaan moeten uitdragen: The Reef, Dark Tide, The Deep”, et cetera.

Eén van de grappigste vind ik nog wel Sharknado. Een filmreeks over een tornado (ja, echt) met haaien die zich een weg baant over het vasteland. Het is jammer dat deze film met een fikse dosis ironie en zelfspot gemaakt is, want dan kunnen we de producent wat minder hard uitlachen. Het leukst zijn nog wel de haaienfilms die zichzelf profileren als een serieuze thriller, van pulp-niveau. Zoals Deep Blue Sea, over een groep genetisch gemanipuleerde haaien. Echt zo’n jaren ’90-thriller uit de videotheek.

Waarom houden we zo van haaienfilms? Simpel, het is een eenvoudig genre dat één van de grootste menselijke angsten prikkelt. En de emoties angst en fascinatie liggen erg dicht bij elkaar.

Ik ben trouwens ook benieuwd naar The Meg met über-man Jason Statham, die dit jaar verschijnt.

Dus… veel plezier alvast op vakantie!

Liefs, Schrijfdametje

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *